Mimi, Noe Noe en Nini’

Natuurlijk was het óók best grappig dat mijn toen tweejarige dochter Anna ‘n’tegen een vogel zei, ‘mimi’ tegen poepen en ‘lala’ tegen een glas drinken. Het was alleen jammer dat het zo ongeveer haar volledige woordenschat was. Maar ach, over een half jaar zou ze me de oren van het hoofd kletsen, werd me doorfamilie en vrienden verzekerd. Dan zou ik nog weleens terugdenken aan deze tijden aan deze rust.  En ik kende Pietje van tante Die en Die toch, die was toch ook laat? En wat te denken van de vader zelf? Die praatte niet voordat hij vier jaar oud was. Dus het zou allemaal best goed komen, zei men.

Dat kwam het dus niet. Toen mijn dochter acht maanden oud was, kreeg ze voor het eerst oorontsteking. Twee maanden later was ik tien keer bij de huisarts geweest en telkens weggestuurd met neusspray en paracetamol, omdat antibiotica niet goed was voor een baby. Tot ik op 21 december 2010 (Anna was toen 10,5 maand oud) op mijn werk gebeld werd door het kinderdagverblijf. Anna had veertig graden koorts. Ineens. Twee uur later zaten we bij de kinderarts op de Eerste Hulp.Die constateerde een dubbele middenoorontsteking die zo erg was, dat haar trommelvliezen bol stonden. Ze kreeg een antibioticakuur van acht weken en een maand later kreeg ze onder narcose buisjes in haar oren en werden haar neusamandelen geknipt. Op het moment van de operatie kon Anna drie woorden zeggen: papa, mama en Donna (de naam van onze hond).  Eenjaar later zei ze ook ‘da’, wat stond voor dag, dank je, die en daar.

Volgens mijn omgeving hoefde ik me niet druk te maken. Ze was gewoon laat. En toch vertrouwde ik het niet. Ik zag mijn dochter worstelen met woorden. Echt pijnlijk duidelijk werd het eind 2011, toen we bij mijn ouders op visite waren. Anna was toen bijna 2 jaar. Achteraf klinkt het onwaarschijnlijk gemeen, maar op dat moment wisten we niet beter dan dat ze gewoon lui was en we haar op allerlei manieren moesten stimuleren. Anna wilde dat oma bij haar kwam zitten. ‘Mpa,’ zei ze. Mijn moeder opperde: ‘Als je nu oma zegt, dan kom ik.’ Mijn dochter zat stil op de bank en probeerde met haar mond de ‘o’ te vormen. Teleurgesteld dat het niet lukte, wendde ze zich af. De volgende dag belde ik de KNO-arts, die me serieus nam en me doorverwees naar het Audiologisch Diagnostisch Centrum Kentalis. Na een aantal testen en onderzoeken, waaronder een taal- en spraakonderzoek, een intelligentietest en een onderzoek door een orthopedagoog, werd duidelijk dat Anna’s taalbegrip wel goed was. Haar zinsontwikkeling was echter beneden gemiddeld en haar woord- en klankontwikkeling liepen een jaar achter. We kregen een verwijzing naar een logopediste. Echter, ook daar boekte Anna niet de vooruitgang waar we zo op wachtten. Toen ze drie jaar werd, was de achterstand inmiddels opgelopen naar anderhalf jaar. En zo kwam het dat ze eind februari kon starten bij ‘De Schakel’ van Kentalis, een instelling voor onder andere kinderen met een spraak- taalachterstand. Ze kreeg een plekje bij de Vroegbehandeling, een soort peutergroep voor kinderen vanaf 2,5 tot 5 jaar.

Gebaren

Wat was ik blij dat ik eindelijk serieus genomen werd. Ik zag mijn stoere dochter steeds kleiner worden. Bij alles wat we deden was ik haar tolk. Het erge vond ik dat ze zich bewust was van haar achterstand en daardoor niet meer durfde te praten in gezelschap. Thuis kregen we ook te maken met woedeaanvallen en driftbuien. Ze was boos. Boos dat ze niet duidelijk kon maken wat ze wilde, wat ze voelde en wat ze dacht. In februari stond ze klaar met haar rugzakje met broodtrommel en drinkbekers. Veel eerder dan gepland moest ik haar echt loslaten. Vier dagdelen (van 9.00 uur tot 14.00 uur) ging ze naar Nala, de peutergroep bij Kentalis. Twee keer in de week zou Anna individuele logopedie krijgen. Daarnaast was er ook groepslogopedie. Sowieso was er tijdens het spelen in de groep een intensieve begeleiding gericht op het stimuleren van spraak- taal en communicatieve vaardigheden. Anna’s mentor Lisa legt uit: ‘We bieden veel visuele ondersteuning met pictogrammen. Ook gebruiken we ondersteunende gebaren voor woorden. Dat is voor sommige ouders best even schrikken, omdat hun kinderen niet doof zijn. Toch is bewezen dat kinderen woorden sneller aanleren als ze er een gebaar bij kennen. De pictogrammen werken goed, omdat kinderen aan kunnen wijzen wat ze willen, zoals spelen met een puzzel of plassen.’ Ze zag in Anna een meisje dat nieuwsgierig binnenkwam, maar ook voorzichtig en afwachtend was. ‘Ze was zich bewust van haar spraakachterstand, waardoor ze erg onzeker was. Ze gaf het snel op.’  Het duurde echter niet lang of Anna voelde zich als een vis in het water. Ze bloeide op, wat mogelijk kwam doordat ze zag dat ze niet de enige was met spraakproblemen. Na twee maanden bij Kentalis, hoorde ik iets vreemds in de woonkamer. Mijn dochter was aan het zingen! Het was voor het eerst dat ik dat hoorde en de tranen sprongen in mijn ogen. Toch bleef ik nog onzeker. Wat was eigenlijk de oorzaak van de achterstand? Was ik niet te snel met hulp zoeken? Net drie jaar en nu al intensieve therapie…sommige mensen in mijn omgeving vonden dat overdreven.  Anna’s logopediste Tanja is het daar niet mee eens. ‘Bij de kinderen die bij de Vroegbehandeling starten is er meer aan de hand dan alleen maar laat zijn met praten. Er is sprake van communicatienood en onvoldoende vooruitgang. Er  spelen meestal meerdere factoren. Zo is het waarschijnlijk dat Anna tijdens haar oorontstekingen tijdelijk slecht hoorde en daardoor de basis voor het vormen van een gevarieerd klankrepertoire en de basis in haar woordenschat heeft gemist. Klanken en variaties hierin worden door baby’s opgeslagen in de hersenen om ze later te gaan gebruiken, wat bij Anna dus onvoldoende  lukte. Daarnaast had ze moeite met het bewust aansturen van haar lippen en tong bij het vormen van klanken en klankcombinaties. Ze kende de o-klank wel in haar hoofd, maar haar mond kon deze niet vormen.’

Door de intensieve begeleiding en het gevoel dat ze begrepen werd, veranderde mijn dochter in een vrolijk en onbezorgd kind. Waar we bij het intakegesprek nog spraken over onderwijs voor kinderen met ernstige gehoor- en of spraak/taalmoeilijkheden, was het een half jaar later de vraag hoe snel ze kon starten bij een reguliere peuterspeelzaal.

Het kwartje is gevallen. Ze kletst de oren van mijn hoofd, zingt de hele dag en zit heerlijk in haar vel. Ik ben zo blij dat de KNO-arts mijn zorgen serieus nam. Ook ben ik erg dankbaar voor alle begeleiding van de mensen van de Vroegbehandeling. Ze gaven mijn dochter meer dan alleen maar een grotere woordenschat: ze gaven haarweer meer zelfvertrouwen. Over een paar weken mag Anna een ochtend wennen op de kleuterschool. De leidsters van de peuterspeelzaal kunnen haar prima verstaan, zeggen ze. En ja, die ‘k’, die lukt nog niet en ze zal vast nog een tijdje logopedie nodig hebben. Maar nu heb ik het vertrouwen om te zeggen: het komt allemaal best goed.

Kinderen in de Vroegbehandeling hebben met elkaar gemeen dat er bij hen sprake is vaneen ernstige achterstand in de ontwikkeling van spraak en taal. Uit onderzoek bij Kentalis ‘De Schakel’ blijkt dat de groep voor 71 procent uit jongens bestaat en voor 29 procent uit meisjes. De gemiddelde leeftijd bij de start van de behandeling bedraagt 3,4 jaar en bij het verlaten van de Vroegbehandeling zijn de kinderen 4,3 jaar. Het merendeel van de kinderen komt vier dagdelen per week. Van de totale groep heeft 84 procent een normaal gehoor, 16 procent is slechthorend. Het merendeel van de kinderen, namelijk 53 procent, ging na de Vroegbehandeling naar onderwijs voor kinderen met ernstige gehoor- en /of spraak- en taalmoeilijkheden, genaamd Cluster 2 onderwijs.