Het is ochtend. De zon schijnt. De gordijnen zijn open. En toch staat mijn middelste voor de trap te dralen. Ze is haar bril op haar nachtkastje vergeten en ik heb gevraagd of ze die even wil gaan pakken. Het hoge woord komt eruit: “Mama, wil je mee naar boven lopen, want ik ben zo bang.”

Mijn kinderen zijn geen grote helden. De oudste slaapt met een nachtlampje aan. De middelste durft overdag niet eens zelf naar de wc te lopen en de jongste kan alleen maar slapen met werkelijk alle lampen op volle sterkte.

Ik wil jullie energierekening niet zien, zegt mijn moeder

Mijn moeder fronst daarbij vaak haar wenkbrauwen en moppert dat ze onze energierekening niet graag wil zien, maar wij zijn ouders van drie bange kinderen die wél slapen als de lichten aan zijn. Probeer zelf maar eens te werken, te functioneren, jezelf ’s morgens uit bed te slepen als je de halve nacht bange kinderen hebt moeten troosten.

Als baby sliepen ze in pikdonkere kamers. En ineens kwam daar een nachtlampje bij. Vervolgens een wandlampje. Vervolgens de grote lamp. En natuurlijk leggen wij uit dat we er zijn. Dat ze niet alleen zijn. Dat ze maar hoeven roepen (grote fout overigens om dit te benoemen). Dat er geen monsters onder het bed zitten (kijk maar: echt niet!), dat er niemand in de kledingkast verstopt zit en dat er om 20.00 uur ’s avonds nog geen zombies rondlopen (die komen pas rond 23.00 uur….grapje).

‘s Nachts voel ik vaak een bang kinderlijfje naast me

’s Nachts voel ik desondanks toch nog vaak een klein kinderlijfje naast me. Nachtmerries of gewoon nare dromen, zorgen ervoor dat ik vaak slaap op tien centimeter bed. En als de droom heel eng is geweest, moet ik ook de hele nacht mijn bange dochter vasthouden. Natuurlijk doe ik dat – en natuurlijk maak ik dan ’s morgens meteen een afspraak bij de fysiotherapeut om mijn in één nacht scheefgegroeide ruggengraat weer recht te laten zetten.

En het erge is: ik begrijp het. Wat ben ik bang geweest als kind. Er werd ingebroken, toen ik vier jaar was. Jarenlang verkeerde ik in de veronderstelling dat de inbreker op mijn kamer geweest was. De beker met yogho naast mijn bed, was namelijk leeg (mam, jij hebt het over een energierekening, maar eh…hoezo had ik yogho naast mijn bed en geen water?). Later bleek dat mijn vader die had opgedronken (eh, pap, hoezo drink jij de yogho van je dochter op?).

Maar ik bleef bang, ook toen ik op kamers ging

En ik bleef bang. Ook toen ik op kamers ging. Ook toen ik voor het eerst op mezelf ging wonen in een appartementje. En ook toen ik trouwde met mijn man en hij voor zijn werk vaak op reis moest.

Pas nu, nu ik 39 jaar ben, slaap ik ’s nachts goed. Vooral ook omdat ik mijn dochters gewoon bij me in bed leg als mijn man een nachtje weg is.

Toch zou ik wel willen dat mijn kinderen niet zo lang bang blijven als ik ben geweest. Daarom ga ik op woensdag 10 april naar de workshop Help, een monster onder mijn bed van Joyce Vlamings. Wie weet steek ik er ook nog wat van op voor mezelf.

Groetjes Sophie